Sectie 2 - Hoofdstuk 8
Vakantie en verlof

8.1. Vakantieuren

1. De Werknemer met een voltijds dienstverband heeft recht op 200 vakantieuren per volledig gewerkt Kalenderjaar met behoud van salaris (.

2. De Werknemer die voor 1 januari 2024 in dienst is getreden en een jaarlijkse vakantiedagenrecht had opgebouwd van meer dan 200 uren per volledig gewerkt Kalenderjaar (bij een voltijdsdienstverband), behoudt het aantal jaarlijkse vakantiedagen waar hij op 31 december 2023 recht had.

3. De Werkgever dient bij het vaststellen van de vakantieuren zoveel mogelijk rekening te houden met de wensen van de Werknemer. Als de bedrijfsbelangen van de Werkgever dit vereisen, kan de Werkgever het opnemen van vakantieuren weigeren en/of de Werknemer verplichten vakantieuren verplicht op te nemen.

4. In Sectie 3 zijn nadere bepalingen per Werkgever vastgesteld.

8.1.1. Opbouw van vakantieuren

1. Als de Werknemer nog geen jaar in dienst is of een Deeltijdwerker is wordt de aanspraak op vakantieuren per Kalenderjaar naar rato berekend.

2. In sectie 3 zijn nadere bepalingen per Werkgever vastgesteld.

8.1.2. Arbeidsongeschiktheid tijdens vakantie

Mocht de Werknemer ziek worden bij aanvang of tijdens opgenomen vakantieverlof dan dient de Werknemer de van toepassing zijnde ziekteverzuimregeling te volgen. De ziekteperiode wordt dan in principe niet als vakantie aangemerkt mits de ziekte het vakantiegenot van de Werknemer heeft beperkt dan wel heeft belemmerd en de Werknemer het tijdig en juist heeft gemeld bij Werkgever en voor het overige de ziekteverzuimregeling heeft nageleefd.

8.1.3. Wijziging vakantieperiode

De Werkgever kan een vakantie, waarvan het tijdstip van ingang reeds is vastgesteld of welke reeds is ingegaan, slechts om redenen van bedrijfsbelang uitstellen of intrekken. In zo’n geval wordt het nieuwe tijdvak voor vakantie in overleg door de Werknemer en Werkgever vastgesteld.

8.2. Verlof algemeen

Betaald bijzonder verlof zoals bedoeld in artikel 8.3 zal de Werknemer worden toegekend, indien hij het hiervoor benodigde bewijsmateriaal tijdig kan overleggen aan de Werkgever en aan de vereisten voor dit bijzonder verlof voldoet. Het kan tevens alleen worden toegekend indien de Werknemer persoonlijk bij de gebeurtenissen is en /of datgene wat er mede samenhangt, bijwoont, respectievelijk de nodige formaliteiten vervult. Het verlof kan niet op een ander tijdstip worden toegekend.

8.2.1. Zwangerschaps- en bevallingsverlof

1. De Werknemer heeft bij zwangerschap en bevalling recht hebt op maximaal zes weken betaald zwangerschapsverlof en (minstens) tien weken betaald bevallingsverlof. Het verlof begint 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum of op verzoek ten minste 4 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum. In totaal gaat het dus om (minstens) zestien weken Betaald verlof.

2. Indien de Werknemer het bevallingsverlof verspreid wil opnemen of na verloop van een aaneengesloten bevallingsverlof Onbetaald verlof wil opnemen dan zal in overleg worden nagegaan of er mogelijkheden daartoe zijn. Onbetaald verlof aansluitend op bevallingsverlof is beperkt tot een maximum van vier weken.

3. Indien de Werknemer in de periode waarin recht op zwangerschapsverlof bestaat, maar de Werknemer dit verlof nog niet geniet, wegens ziekte een uitkering ontvangt op grond van de Wet ziekteverzekering BES, worden deze ziektedagen aangemerkt als dagen van zwangerschapsverlof.

8.2.2. Zorgverlof

Vanaf 1 januari 2026 geldt de wettelijk regeling voor zorgverlof.

8.3. Andere gevallen van Betaald verlof

1. De Werkgever geeft de Werknemer voor de hierna genoemde gebeurtenissen als volgt Betaald bijzonder verlof op de dag dat de gebeurtenis zich voordoet of plaatsvindt.

1.      Doopsel,  Eerste H. Communie en Heilig Vormsel van Kind van de Werknemer: de dag waarop gebeurtenis zich voordoet; 1 dag

2.      Op  de dag dat de Werknemer in ondertrouw gaat; 1 dag

3.      Op  de dag van het huwelijk Werknemer: de dag van het huwelijk en 2 dagen ervoor; 3 dagen

4.      Overlijden  van ouders of pleegouders van de Werknemer en/of ouder of pleegouders van de echtgeno(o)t(e)  of Relatiepartner en/of overlijden van broer(s) dan wel zus(sen) van de Werknemer: de dag van overlijden en de dag van begrafenis; 2 dagen

5.      Overlijden  van grootouders, ooms en tantes die beschouwd kunnen worden als bloedverwanten in de tweede en derde graad van de Werknemer, echtgeno(o)t(e) of Relatiepartner: de dag van overlijden of  de dag van de begrafenis; 1 dag

6.      Bevalling  van echtgenote of Relatiepartner: de dag van de bevalling zelf en de vier dagen daarna; 5 dagen

7.      12  ½-, 25-, 35-, 40-jarig ambtsjubileum: de dag van het bereiken van het ambtsjubileum; 1 dag

8.      Uitoefening  van het kiesrecht: op de dag van de stemming -gedurende de tijden des  voormiddags 8 tot des namiddags 7 uren-maximaal 4 achtereenvolgende werkuren,  tenzij de Werknemer gedurende de uren waarop de stemming kan worden verricht  uit anderen hoofde vier achtereenvolgende werkuren vrij heeft.

9.      Bij  verhuizing (maximaal 1 maal per 12 aaneengesloten maanden) dag van verhuizing en de dag daarna; 2 dagen

2. Voor de toepassing van het voorgaande geldt voor Deeltijdwerkers dat zij in beginsel naar rato van de Arbeidsduur (uren) recht op verlof hebben.

3. In Sectie 3 zijn per Werkgever mogelijk additionele dagen vermeld waarvoor tevens een verlofregeling voor geldt.

8.4. Aanvragen verlof

a. De Werknemer vraagt zo tijdig mogelijk verlof aan.

b. Is er verlof toegewezen dan kan het belang van de zorgverlening en/of het bedrijfsbelang maken dat verlof op een ander datum of tijdstip moet ingaan dan waarin was voorzien.

8.5. Overige verlofmogelijkheden

a. Betaald verlof is in overleg en in beperkte mate mogelijk voor deelname aan commissies of organisaties die een maatschappelijke rol kennen, bijvoorbeeld een klachtencommissie, een vakvereniging of een organisatie dat zich bezighoudt met de preventieve gezondheidszorg, voor incidentele activiteiten die onder werktijd plaatsvinden. Mocht de Werknemer een vergoeding krijgen voor de functie die hij bekleedt dan zal de Werknemer dit aan Werkgever ten tijde van de verlofaanvraag melden.

b. (Geldend tot en met 31 december 2025) De Werkgever kent voor uitzonderlijke gevallen calamiteitenverlof toe. Dit betekent dat de Werknemer direct vrij van dienst kan krijgen na toestemming als de Werknemer vanwege een calamiteit zelf direct actie moet ondernemen thuis of elders.

c. Vanaf 1 januari 2026 geldt de wettelijke regeling betreft calamiteitenverlof.

d. Ook in andere dan de hiervoor genoemde gevallen kan de Werkgever, na aanvraag door de Werknemer en overleg, de Werknemer Betaald of Onbetaald verlof verlenen.

Samen voor de zorg

Samen bouwen aan sterke en toekomstbestendige zorg in Caribisch Nederland

Word onderdeel van een gemeenschap van werkgevers en partners die samenwerken, kennis delen en goede arbeidsvoorwaarden centraal stelt.

Sluit je aan bij UIC
Unite in Care Caribisch Nederland