De Werkgever kent een HR-beleid gericht op de duurzame inzetbaarheid van de Werknemers.
1. Per Kalenderjaar heeft de Werknemer met een Voltijd dienstverband recht op een vitaliteitsbudget voor een maximumbedrag van USD 850.00. Het vitaliteitsbudget is bedoeld als een tegemoetkoming in kosten die de Werknemer maakt voor die zaken die positief bijdragen aan de vitaliteit van de Werknemer.
2. Het Vitaliteitsbudget kan worden ingezet voor kosten zoals die voortkomen uit tandheelkundige behandeling, brilglazen (en lenzen), gezondheidsmanagement (sportabonnement, massage), financiële coach, kinderopvang etc. Het betreft in ieder geval kosten die niet of niet volledig worden vergoed op basis van het aansprakenpakket uit hoofde van het Besluit Zorgverzekering BES en de daaronder vallende regelingen.
3. De Werknemer dient de hier genoemde vergoeding aan te vragen en bij de aanvraag de rekening(en) te overhandigen waaruit de betaling van de te vergoeden kosten blijkt. In HR-beleid van de Werkgever wordt de inzet en het gebruik van het Vitaliteitsbudget nader uitgewerkt.
4. In het geval van vergoedingen voor tandarts, zicht (bril, lenzen) en kinderopvang kan het Vitaliteitsbudget ook gebruikt worden voor declaraties van Gezinsleden die deel uitmaken van het huishouden van de Werknemer zoals gedefinieerd onder definities art. 1 sub c.
5. Deeltijdwerker en/ of Werknemers die niet een volledig Kalenderjaar hebben gewerkt, krijgen een budget naar rato. Voor oproepkrachten geldt een aangepaste regeling welke in HR-beleid is uitgewerkt.
1. Ingeval van Arbeidsongeschiktheid dient de Werknemer dit te melden conform de voorschriften van de door de Werkgever vastgestelde ziekteverzuimregeling en zich voor het overige gedurende de ziekteperiode aan deze regeling te houden.
2. De Werkgever kan gedurende de ziekteperiode of naar aanleiding van meerdere ziekteperiodes die elkaar opvolgen de ondersteuning van een bedrijfsarts/arbodienst in roepen. De Werknemer verleent zijn medewerking aan deze inzet.
3. In Sectie 3 zijn de per Werkgever verder geldende bepalingen opgenomen.
1. In Sectie 3 zijn per Werkgever de geldende bepalingen opgenomen.
Tijdens de Arbeidsongeschiktheid blijft een aanspraak op vakantieverlof bestaan tenzij de Werknemer zich niet houdt aan de ziekteverzuimregeling of in het afgelopen jaar wegens Arbeidsongeschiktheid meer dan zes maanden niet heeft gewerkt. Hetzelfde geldt voor wat betreft de aanspraak op de vakantietoeslag en de eindejaaruitkering. De aanspraken worden in het geval van meer dan zes (6) maanden Arbeidsongeschiktheid naar rato berekend.
1. Aan de zwangere Werknemer na de twintigste Week van de zwangerschap wordt geen dienst tussen 11.00 p.m. en 6.00 a.m. opgedragen, tenzij de Werknemer hiertegen geen bezwaar maakt.
2. Overwerk door de zwangere Werknemer na de twaalfde Week van de zwangerschap dient zoveel mogelijk vermeden te worden, tenzij de Werknemer schriftelijk instemt om Overwerk te verrichten.
3. De Werkgever stelt een ruimte beschikbaar waar de Werknemer die in de eerste negen maanden na de bevalling borstvoeding geeft, in rust kan kolven. Dit conform hoofdstuk 3A artikel 17c (recht op voed- en kolfverlof) van de Arbeidswet BES 2000.
1. De Werkgever houdt jaarlijks met de Werknemer met een leeftijd van 55 jaar en ouder een gesprek waarin de onderwerpen werkdruk, belastbaarheid, beperkingen en wensen in het kader van duurzame inzetbaarheid worden besproken. De wijze waarop dit gesprek en de uitwerking hiervan plaatsvindt, is onderdeel van het HR-beleid van de Werkgever. De hantering van de Ladder van Maatwerk zoals opgenomen in bijlage 5 is hierbij een onderdeel.
2. Aan de Werknemer van 57 jaar en ouder wordt geen dienst tussen 11.00 p.m. en 6.00 a.m. opgedragen, tenzij de Werknemer hiertegen geen bezwaar maakt.
Twee jaar voordat de Werknemer zijn pensioengerechtigde leeftijd bereikt, kan de Werknemer in aanmerking komen voor aanpassing van de Arbeidsduur dan wel functie-inhoud met behoud van salaris. Beoordeling of de Werknemer hiervoor in aanmerking komt, vindt plaats door middel van een keuring uitgevoerd door bedrijfsarts van de Werkgever. Doelstelling is om de Werknemer inzetbaar te houden tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Uitwerking vindt plaats via het HR-beleid.
De Werkgever draagt er zorg voor dat een gecertificeerde vertrouwenspersoon beschikbaar is als aanspreekpunt voor de Werknemer die aangeeft te maken te hebben met ongewenste omgangsvormen of een vermoeden heeft van een schending van integriteit. In het HR- beleid van de Werkgever wordt dit verder uitgewerkt.
Bij het overlijden van een Werknemer betaalt de Werkgever een bedrag gelijk aan drie bruto maandsalarissen uit aan de Relatiepartner en als die er niet is dan aan minderjarige Kinderen van de Werknemer of, als die er niet zijn, degene die door de Werknemer grotendeels in de kosten van het bestaan werd onderhouden. Verder wordt het Salaris uitbetaald tot en met de dag van overlijden.
Samen voor de zorg
Word onderdeel van een gemeenschap van werkgevers en partners die samenwerken, kennis delen en goede arbeidsvoorwaarden centraal stelt.
